Van de gelijke behandeling van elektronisch geld met waardepapieren




старонка4/5
Дата канвертавання25.04.2016
Памер191.18 Kb.
1   2   3   4   5
Een voorbeeld van een systeem waarbij gebruik wordt gemaakt van een TTP, is het Bolero-systeem, dat onder meer is opgezet voor de uitgifte en overdracht van elektronische cognossementen.66 In dit systeem fungeert Bolero als TTP. De houder van een elektronisch cognossement staat als zodanig vermeld in het register van Bolero. Indien het cognossement wordt overgedragen, doet de houder daarvan elektronisch mededeling aan Bolero. Bolero tekent de overdracht aan in het register, waarbij de verkrijger als nieuwe houder wordt aangemerkt. De verkrijger krijgt hiervan mededeling van Bolero. Op deze wijze kan altijd aan de hand van het register worden vastgesteld wie de laatste houder is van het elektronische cognossement. Maar er zijn ook voorbeelden dichter bij huis. Denk bijvoorbeeld aan het systeem van giraal effectenverkeer, waarbij Necigef fungeert als TTP.67 Ook voor de transmissie van waardebestanden met elektronisch geld zou gebruik kunnen worden gemaakt van een TTP. Ik geef een voorbeeld van een dergelijk systeem. Deelnemers aan het systeem dienen zich aan te melden bij de TTP. De TTP verschaft aan iedere deelnemer een eigen directory op haar server (computer). De klant heeft alleen toegang tot deze directory voor informatiedoeleinden. De TTP heeft toegang tot de directory voor het transmitteren van bestanden in opdracht van de deelnemer. Bij de uitgifte van een waardebestand met elektronisch geld aan een deelnemer wordt dit waardebestand opgeslagen in zijn directory. Zodra een deelnemer wil betalen, geeft hij elektronisch opdracht aan de TTP om het waardebestand te transmitteren naar de directory van de deelnemende schuldeiser op de server van de TTP. De TTP zorgt ervoor dat er na transmissie geen kopie van het waardebestand achterblijft in de directory van de betalende deelnemer.
Uit het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat het mogelijk moet zijn om door middel van technische, procedurele en organisatorische maatregelen een systeem op te zetten, waarin degene die de feitelijke macht uitoefent over een waardebestand met elektronisch geld, door transmissie de verkrijger in staat stelt om over dit bestand die macht uit te oefenen, die hij zelf daarover kon uitoefenen


      1. De rechtsvermoedens

In par. 10.4 heb ik aangegeven dat de legitimerende werking van de feitelijke macht over een schuldvorderingspapier is gebaseerd op twee rechtsvermoedens: het vermoeden dat de houder van een goed voor zichzelf houdt en het vermoeden dat de bezitter van een goed rechthebbende is. Degene die de feitelijke macht uitoefent over een schuldvorderingspapier aan toonder, wordt tot op tegenbewijs geacht eigenaar te zijn van het papier en rechthebbende van de daarin belichaamde vordering. Met deze rechtsvermoedens wordt goederenrechtelijk ondersteund hetgeen in het maatschappelijk verkeer gebruikelijk is.

Er is niets op tegen om dezelfde rechtsvermoedens te hanteren ten aanzien van een waardebestand met elektronisch geld, mits er voor de uitgifte en de transmissie van het bestand een systeem wordt gehanteerd dat in voldoende mate waarborgt dat degene die de feitelijke macht uitoefent over het bestand68, voor zichzelf houdt en dat voldoende waarborgenbiedt tegen het maken van ongeautoriseerde kopieën van het waardebestand.69


    1. Tijdsmarkering

De tijdsmarkering is in een elektronische omgeving geen probleem. Het tijdstip van levering kan op eenvoudige wijze worden vastgesteld. Dit zou bijvoorbeeld kunnen geschieden door het computerprogramma dat wordt gebruikt voor de transmissie van het waardebestand met elektronisch geld, aan de hand van de tijdsinstelling van de computer het tijdstip van transmissie te laten vastleggen. Een andere mogelijkheid is om gebruik te maken van de diensten van een Trusted Third Party (TTP).70 Een bekende dienst van TTP’s is timestamping oftewel tijdstempelen. De TTP kan als onafhankelijke derde aan een bestand dat wordt getransmitteerd van de overdrager naar de verkrijger, een digitaal ondertekende verklaring toevoegen dat de transmissie op een bepaald tijdstip heeft plaatsgevonden.71




    1. Conclusie

Hierboven heb ik aangetoond dat een waardebestand met elektronisch geld onder omstandigheden dezelfde functies kan vervullen als het rechtstreekse schuldvorderingspapier aan toonder, welke functies zijn vermeld in par. 6.3. Een juridisch gelijke behandeling, waaronder een goederenrechtelijke gelijkstelling, lijkt mij dan ook verdedigbaar, mits aan de voorwaarden is voldaan die ik heb geformuleerd in de voorgaande paragrafen. Deze voorwaarden hebben alle betrekking op het systeem van uitgifte, opslag en transmissie van het waardebestand met elektronisch geld. Dit systeem dient zodanig te zijn ingericht dat:



  1. de houder het waardebestand met elektronisch geld kan raadplegen;

  2. het waardebestand met elektronisch geld adequaat beveiligd is tegen ongeautoriseerde wijziging;

  3. uit de handeling van de uitgifte van het waardebestand met elektronisch zelf of uit de toevoeging van een elektronische handtekening aan dit waardebestand in voldoende mate de wil van de uitgevende instelling blijkt om het waardebestand uit te geven;

  4. de identiteit van de uitgever van het waardebestand met elektronisch geld voldoende betrouwbaar kan worden vastgesteld;

  5. het de nemer en een latere verkrijger in staat stelt om de feitelijke macht uit te oefenen over het waardebestand met elektronisch geld;

  6. er voldoende waarborgen bestaan tegen het maken van ongeautoriseerde kopieën van het waardebestand met elektronisch geld;

  7. het tijdstip van uitgifte en transmissie van het waardebestand met elektronisch geld wordt geregistreerd.




  1. Enige gevolgen van de gelijke behandeling

Hierboven heb ik de conclusie getrokken dat een waardebestand met elektronisch geld juridisch gelijk kan worden behandeld met een rechtstreeks schuldvorderingspapier aan toonder, mits het systeem van uitgifte, opslag en transmissie van het waardebestand aan bepaalde voorwaarden voldoet. Hierna zal ik ingaan op de betekenis van een dergelijke gelijke behandeling.




    1. Levering

Voor de overdracht van een goed is krachtens art. 3:84 BW een levering vereist. Indien de uitgevende instelling en de klant de bedoeling hebben om met de uitgifte aan de klant een waardebestand te verschaffen dat een vordering op de uitgevende instelling belichaamt, welke vordering op eenvoudige wijze kan worden overgedragen door transmissie van het bestand, kan de levering van deze vordering plaatsvinden door transmissie van dit bestand aan de verkrijger overeenkomstig het bepaalde in ar. 3:93 BW omtrent de levering van rechten aan toonder




    1. Verkrijging van een beschikkingsonbevoegde

Art. 3:84 BW eist voor de overdracht van een goed een levering krachtens een geldige titel door beschikkingsbevoegde. Ook bij waardebestanden met elektronisch geld kan de levering plaatsvinden door een beschikkingsonbevoegde. Denk bijvoorbeeld aan het geval dat een onbevoegde zich toegang heeft verschaft tot waardebestanden met elektronisch geld die zijn opgeslagen op de harde schijf van de pc van de nemer, en deze transmitteert naar een derde. In dat geval wordt de verkrijger overeenkomstig het bepaalde in art. 3:86 BW beschermd tegen de beschikkingsonbevoegdheid van de vervreemder, mits de overdracht van het waardebestand met elektronisch geld anders dan om niet geschiedt en de verkrijger te goeder trouw is. Daarbij is irrelevant of er sprake is van vrijwillig of onvrijwillig bezitsverlies.72 De bescherming houdt niet alleen in dat de verkrijger rechthebbende wordt van het waardebestand met elektronisch geld, maar tevens en bovenal schuldeiser van de vordering op de uitgevende instelling, die in het waardebestand is “belichaamd”.





    1. Executoriaal beslag

Krachtens art. 3:276 BW kan een schuldeiser zijn vordering op alle goederen van zijn schuldenaar verhalen, tenzij de wet of een overeenkomst anders bepaalt. De schuldeiser kan derhalve ook verhaal nemen op een aan de schuldenaar toebehorend waardebestand met elektronisch geld. Het verhaal op goederen wordt ingeleid door een beslaglegging. Ik beperk mij hier tot het executoriaal beslag. Hoe zou een beslaglegging op een waardebestand met elektronisch geld eruit kunnen zien? De beslaglegging zou op grond van art. 474bb Rv overeenkomstig art. 474a lid 1 Rv kunnen geschieden door bij een deurwaardersexploot onder de geëxecuteerde beslag op het waardebestand te leggen. Is het waardebestand bijvoorbeeld opgeslagen op een chipkaart van de schuldenaar, dan kan beslag worden gelegd op de chipkaart. Bevindt het waardebestand zich op de harde schijf van de computer van de schuldenaar, dan zou beslag kunnen worden gelegd op de computer of op het waardebestand zelf.73 Is het waardebestand opgeslagen op de harde schijf van de computer van een derde, zoals een TTP, en is de TTP houder van het betreffende bestand voor de schuldenaar74, dan zou beslag kunnen worden gelegd op het waardebestand overeenkomstig het bepaalde in afdeling 2.2.2 Rv betreffende executoriaal beslag onder derden. Bevindt het waardebestand zich op de harde schijf van de computer van een derde, zoals een TTP, en is de schuldenaar zelf houder van het bestand omdat hij door middel van een toegangswachtwoord etc. de feitelijke macht uitoefent over dit bestand75,dan zou op grond van art. 474bb Rv de medewerking van deze derde kunnen worden verkregen overeenkomstig art. 444a Rv.76

Omdat er bij een waardebestand met elektronisch geld sprake is van een opeisbare vordering op de uitgevende instelling77, kan de beslaglegger overeenkomstig art. 474a lid 1 Rv de executie voortzetten door beslag te leggen onder de uitgevende instelling overeenkomstig het daaromtrent bepaalde in afdeling 2.2.2 Rv. Deze dient het aan de geëxecuteerde verschuldigde bedrag tot het beloop van de vordering van de executant te betalen aan de executant. De betaling kan geschieden door bijschrijving op de rekening van de executant bij een bank. De uitgevende instelling kan conform art. 6:49 BW eisen dat het waardebestand met elektronisch geld in verband met de betaling aan de executant aan haar wordt getransmitteerd.

De beslaglegging heeft blokkerende werking. Deze blokkering heeft een strafrechtelijke en een civielrechtelijke component. De strafrechtelijke component laat ik hier buiten beschouwing.78 Civielrechtelijk heeft de beslaglegging tot gevolg dat eventuele beschikkingsdaden met betrekking tot het waardebestand waarop het beslag rust, niet kunnen worden tegengeworpen aan de beslaglegger, tenzij het gaat om een derde die rechten heeft verkregen op het waardebestand anders dan om niet mits het waardebestand naar hem is getransmitteerd en hij toen te goeder trouw was. Zie art. 453a Rv.79


Beschouwt men betaling met elektronisch geld als een girale betaling, dan kan zich de vraag voordoen wat de rechtspositie is van de schuldenaar indien onder hem derdenbeslag wordt gelegd door een schuldeiser van de acceptant op een moment dat hij opdracht heeft gegeven tot overboeking van het verschuldigde bedrag, maar de uitvoering van deze opdracht nog niet heeft geresulteerd in een creditering van de rekening van de acceptant en daarmee een voltooiing van de betaling. 80 Deze situatie is ook bij een betaling met elektronisch geld niet denkbeeldig omdat er enige tijd zit tussen het moment dat de klant alle handelingen voor de betaling met elektronisch geld heeft verricht (de opdracht tot de girale betaling), en het moment waarop de rekening van de acceptant wordt gecrediteerd (de voltooiing van de girale betaling). Het staat voor mij niet vast dat de rechtsregels met betrekking tot girale betalingen ook bij betalingen met elektronisch geld een adequaat antwoord geven op deze vraag. Kenmerkend verschil is immers dat bij een betaling met elektronisch geld naar de bedoeling van partijen de betaling is voltooid nadat alle handelingen voor de betaling zijn verricht.

Dezelfde vraag zal zich bij een waardebestand met elektronisch geld dat gelijk behandeld wordt met een waardepapier, niet snel voordoen omdat in dat geval de geldschuld is tenietgegaan zodra het waardebestand is getransmitteerd naar de acceptant, de transmissie slechts enkele seconden behoeft te duren en het tijdstip van transmissie wordt vastgelegd.81

De kans dat onder de schuldenaar beslag wordt gelegd na aanvang van de transmissie doch voor voltooiing van de transmissie, is verwaarloosbaar klein.

En wat als er door een schuldeiser van de acceptant derdenbeslag wordt gelegd onder de bank van de acceptant voordat de acceptant het elektronisch geld aanbiedt bij zijn bank en zijn rekening ter zake wordt gecrediteerd? Beschouwt men de betaling met elektronisch geld als een girale betaling, dan kan men erover twisten of en zo ja op welk moment er een rechtsverhouding ontstaat tussen de bank van de acceptant en de acceptant, waaruit de verplichting tot creditering van de rekening van de acceptant voortvloeit. Dit is met name van belang voor het antwoord op de vraag of bij een creditering na het tijdstip van beslaglegging het bedrag van de creditering onder het beslag valt. Dit is alleen het geval indien de creditering voortvloeit uit een rechtsverhouding tussen de bank en de acceptant die reeds op het tijdstip van beslaglegging bestond.82 Zie ar. 475 Rv.

Deze vraag valt naar mijn mening eenvoudiger te beantwoorden indien men een waardebestand met elektronisch geld gelijkstelt met een waardepapier. Indien de uitgevende bank en de bank van de acceptant twee verschillende banken zijn, kan de aanbieding van het waardebestand bij de bank van de acceptant en de aanvaarding daarvan door de bank van de acceptant worden beschouwd als een soort disconteren van het waardebestand, d.w.z. een koop van het waardebestand door de bank van de acceptant tegen de nominale waarde.83 Voor de beantwoording van de vraag of het bedrag van de creditering van de rekening van de acceptant al dan niet onder een daarvóór gelegd beslag valt, is dan doorslaggevend op welk tijdstip de koopovereenkomst tussen de bank en de acceptant tot stand is gekomen. Ervan uitgaande dat de bank van de acceptant zich door deelneming aan het systeem van elektronisch geld jegens de acceptant reeds bij voorbaat heeft verbonden of geacht moet worden verbonden te hebben tot koop van aangeboden waardebestanden met elektronisch geld, komt de overeenkomst waaruit de verplichting tot creditering van de rekening van de acceptant voortvloeit, tot stand op het tijdstip waarop de bank van de acceptant het waardebestand ontvangt. Ligt dit tijdstip vóór het tijdstip van beslaglegging, dan valt het bedrag van de creditering onder het beslag.

Zijn de uitgevende bank en de bank van de acceptant hetzelfde, dan zou ik willen betogen dat de rechtsverhouding tussen de bank en de acceptant die de bank verplicht tot creditering van de rekening, is ontstaan op het tijdstip van uitgifte van het elektronisch geld, waardoor het bedrag van creditering van de rekening van de acceptant altijd onder het beslag valt.




    1. Faillissement

Indien de rechthebbende van een waardebestand met elektronisch geld failliet wordt verklaard, omvat het faillissement krachtens art. 20 F het gehele vermogen van de rechthebbende, inclusief het waardebestand met elektronisch geld. Omdat er sprake is van een waardebestand dat een opeisbare vordering op de uitgevende instelling “belichaamt”, kan de curator van de uitgevende instelling betaling van deze opeisbare vordering op de boedelrekening verlangen tegen transmissie van het betreffende waardebestand.84


Wat als de schuldenaar failliet is verklaard en de schuldenaar vóór het tijdstip van werking van de faillietverklaring alle handeling heeft verricht voor de betaling met elektronisch geld, doch de rekening van de acceptant ter zake pas na dit tijdstip is gecrediteerd? Alsdan doet zich de vraag voor of de curator op grond van art. 23 F het bijgeschreven bedrag van de acceptant kan terugvorderen. Past men hier de rechtsregels van girale betaling toe, dan is van belang het arrest van de Hoge Raad van 31 maart 1989, NJ 1990, 1.85 Men kan zich echter afvragen of dit ingewikkelde arrest zonder meer kan worden toegepast op waardebestanden met elektronisch geld, nu de creditering van de rekening van de acceptant mede afhankelijk is van de aanbieding van het waardebestand bij de bank van de acceptant en partijen bovendien beogen dat met de uitvoering van de betalingshandelingen door de schuldenaar de betaling is voltooid.86

Stelt men een waardebestand met elektronisch geld gelijk met een waardepapier, dan is de vraag betrekkelijk eenvoudig te beantwoorden. Doorslaggevend is het moment van levering van het waardebestand. Dat is het moment dat de transmissie van het waardebestand naar de acceptant is voltooid. Dit tijdstip is eenvoudig te bepalen. Heeft deze levering vóór het tijdstip van werking van het faillissement plaatsgevonden, dan kan de curator geen teruggave meer vorderen van de acceptant.


Tot slot wijs ik op de problematiek van verrekening. Kan de bank van de acceptant bij een faillissement van de acceptant een schuld aan de acceptant ter zake van een door hem aangeboden waardebestand met elektronisch geld verrekenen met een vordering op de acceptant wegens een debetsaldo op diens rekening, indien de schuldenaar alle handelingen voor de betaling met elektronisch geld heeft verricht vóór het tijdstip waarop het faillissement van de acceptant werking heeft en de creditering van de rekening van de acceptant na dit tijdstip heeft plaatsgevonden? Ook hier kan men zich afvragen of de rechtsregels voor girale betalingen, gegeven de bijzondere aard van de betaling met elektronisch geld, hierop onverkort kunnen worden toegepast. Bij toepassing van de rechtsregels voor girale betalingen is in dat geval doorslaggevend op welk moment de verplichting van de bank van de acceptant tot creditering van de rekening van de acceptant is ontstaan. Dit tijdstip is bij een betaling met elektronisch geld moeilijk te bepalen.87

Behandelt men een waardebestand met elektronisch geld gelijk met een waardepapier, dan kan het antwoord op deze vraag gemakkelijker worden gegeven. In de situatie dat de uitgevende bank en de bank van de acceptant verschillend zijn, kan de aanbieding en de aanvaarding van het waardebestand met elektronisch geld worden beschouwd als een discontering. De schuld van de bank aan de acceptant vloeit alsdan voort uit de koopovereenkomst. Komt deze koopovereenkomst tot stand vóór het tijdstip van werking van het faillissement van de acceptant, dan kan de bank van de acceptant in beginsel verrekenen op grond van art. 53 F.88 Is de bank van de acceptant tevens uitgevende bank, dan kan eveneens in beginsel op grond van art. 53 F worden verrekend indien het bestand met elektronisch geld is uitgegeven vóór het tijdstip van werking van het faillissement van de acceptant. Want de schuld van de bank is in dit geval de schuld belichaamd in het waardebestand en deze schuld is ontstaan op het tijdstip van uitgifte van het waardebestand.




  1. Conclusie

In deze rede ben ik ingegaan op de vraag of een waardebestand met elektronisch geld gelijk kan worden behandeld met een rechtstreeks schuldvorderingspapier aan toonder. Na een functionele vergelijking ben ik tot de conclusie gekomen dat een waardebestand met elektronisch geld alle kenmerkende functies van het rechtstreekse schuldvorderingspapier aan toonder kan vervullen, mits het systeem voor uitgifte, opslag en transmissie van het waardebestand voldoet aan bepaalde voorwaarden. Indien aan deze voorwaarden wordt voldaan, kan een bedoeling van partijen om met de uitgifte van het waardebestand met elektronisch geld een bestand te creëren dat een vordering op de uitgevende instelling belichaamt, welke vordering op eenvoudige wijze kan worden overgedragen door transmissie van het bestand, goederenrechtelijk op dezelfde wijze worden ondersteund als het rechtstreekse schuldvorderingspapier aan toonder. Deze goederenrechtelijke ondersteuning kan plaatsvinden door een analogische toepassing van de bepalingen die betrekking hebben op rechten een toonder, vervat in een papier, of door daartoe strekkende bepalingen op te nemen in de wet.



Wat is het nut geweest van deze exercitie? Naar mijn mening blijkt uit paragraaf 11 dat de gelijke behandeling van waardebestanden met elektronisch geld met rechtstreekse schuldvorderingspapieren aan toonder een andere kijk op elektronisch geld geeft, die de beantwoording van complexe vragen als hoe de overdracht van elektronisch geld juridisch moet worden geduid, hoe beslag moet worden gelegd op elektronisch geld en wat de rechtsgevolgen van een dergelijk beslag zijn alsmede wat de rechtsgevolgen zijn van een faillissement van de houder van het waardebestand met elektronisch geld, eenvoudiger maakt.
Dit was het wetenschappelijke gedeelte van mijn rede.
Ik wil het bestuur van de Stichting EDIFORUM danken voor het in mij gestelde vertrouwen. Ik hoop ook in de toekomst door voordrachten en publicaties bij te dragen aan de oorspronkelijke doelstelling van deze stichting, de bevordering van de elektronische handel.
Uiteraard ben ik dank verschuldigd aan de Rabobank, die mij in de gelegenheid stelt om één dag in de week deze bijzondere leerstoel te vervullen. Dit past bij de bijzondere plaats, die de Rabobank als bank inneemt in de maatschappij.
De carrière van iemand en dus ook diens wetenschappelijke carrière hangt vaak samen met de personen die hij ontmoet. Personen die hem de ruimte geven om zich persoonlijk te ontwikkelen en hem daarin stimuleren. Bij mij is dit niet anders. Een aantal personen ben ik in verband hiermee bijzondere dank verschuldigd. Jan Berkvens, ik heb het vaak tegen je gezegd: zonder jou was ik nooit geworden wat ik nu ben. Cees Ebeling, jij hebt me de ruimte gegeven om een aanvang te maken met mijn wetenschappelijke activiteiten en me daarin verder te ontwikkelen. Dick Schijf, jij hebt mij na de opvolging van Cees Ebeling dezelfde ruimte gegeven en dat in een tijd dat er binnen de Rabobank meer en meer de nadruk kwam te liggen op kostenbesparing.
Hans Franken, jou wil ik bedanken voor de inspanningen die je hebt verricht om deze bijzondere leerstoel van de grond te krijgen. Hoewel je nu met emeritaat bent, hoop ik toch ook in de toekomst nog veel met je te mogen samenwerken.
Collega’s van het Centrum voor eLaw@Leiden, ondanks het feit dat ik maar één dag in de week aanwezig ben, voel ik me door jullie opgenomen in de groep. Ik hoop dat ik een bijdrage kan leveren aan de positie van het centrum in de wetenschappelijke wereld en de faculteit.
Ook een woord van dank aan mijn vrouw Betty en mijn kinderen Maartje, Carlijn en Bas. Ik besef dat het niet altijd leuk is om je echtgenoot en je vader zo vaak achter de pc te zien. Ik stel het dan ook zeer op prijs dat jullie dit zonder mopperen accepteren. Zonder jullie voortdurende steun zou ik nimmer de inspanningen hebben kunnen leveren, die hebben geleid tot mijn benoeming tot hoogleraar.
Mijn ouders wil ik bedanken voor de opvoeding die ze mij hebben gegeven. Deze heeft ten grondslag gelegen aan mijn huidige positie.
Geachte studenten. Ik hoop jullie in mijn colleges voor te bereiden op de toekomst. Een toekomst, waarin de elektronische handel bijvoorbeeld via internet ongetwijfeld een belangrijke plaats zal innemen in het dagelijkse leven.
1   2   3   4   5


База данных защищена авторским правом ©shkola.of.by 2016
звярнуцца да адміністрацыі

    Галоўная старонка