Jouw normaal is mijn normaal niet




Дата канвертавання24.04.2016
Памер14.86 Kb.

Jouw normaal

is mijn normaal niet.


We hebben ons voor deze nota gebaseerd op teksten over “normaal-zijn” van Carl Rogers, Dan Casriël en Arthur Janov, psychotherapeuten. Alledrie schrijven zij over normaal zijn doch leggen andere accenten. Rogers benadert normaal zijn als een proces van mens worden in een veilig, warm en aanvaardend klimaat. Janov stelt neuroticus en normaal individu tegenover elkaar. Casriël benadrukt de evolutie van een neurotische naar een karaktergestoorde maatschappij. Wat Casriël zegt over de karaktergestoorde maatschappij vindt zijn weerklank in hetgeen Janov en Rogers schrijven over de neuroticus. We hebben een poging gedaan om deze teksten met elkaar te integreren. Eigenlijk bepalen we normaal zijn op een negatieve manier door de weg af te bakenen die een normaal persoon niet wil opgaan. In tweede instantie geven we weer welke weg een normaal iemand wel inslaat en ten slotte schetsen we de maatschappelijke context waarin dit proces zich zou moeten afspelen.


Weg van façades.

Zich afwenden van datgene wat men niet is. Een normaal persoon wil weg van een zelf dat hij niet is, weg van façades. Hij wil zijn psychologisch masker afwerpen, zijn symbolisch systeem (onechte behoeften en gedrag, pseudo-gevoelens) afbouwen. Hij wil het scherm weghalen dat hij had opgetrokken omdat hij zichzelf als te afschuwelijk beschouwde en op de vlucht was voor zijn waarlijk zelf. Door zijn vervormde persoonlijkheid wou hij indirect iets zeggen, namelijk gebrek aan aandacht en verwerping.


Dit is het begin van normaal zijn: een gevoel dat men zichzelf niet is, hij weet de oorzaak niet en evenmin waar hij naartoe wil, maar wil weg van de façades.
Hij wil weg van het beeld van wat hij behoort te zijn. De ouders hebben een beeld van hoe hun kinderen moeten zijn. In dit beeld zijn ook waarden en normen van de maatschappij opgenomen. Aan dit beeld hangen verplichtingen vast, en van het individu wordt geeist dat het zich conformeert, aanpast, het wordt als een marionet gemanipuleerd. Het individu wil weg van de verwachtingen die in de cultuur leven en die willen dat hij inpast in het systeem.
Een normaal iemand wil niet langer een mens zijn die altijd anderen tracht te behagen en die dingen doet om liefde en aandacht te verdienen omdat dit hem nooit heeft bevredigd. Hij wil niet meer leven vanuit plichten maar vanuit zijn gevoelens. Hij wil stoppen met deze eindeloze strijd, namelijk vechten voor liefde en in afhankelijkheid leven.
Zich afwenden is niet voldoende, hij stelt iets in de plaats. Dit proces is echter niet strikt afgelijnd, echtheid en onechtheid vloeien door elkaar, toch is er een duidelijke groei naar volledige echtheid. Het onecht systeem brokkelt af, dan kan hij pijn voelen en begint hij weer te voelen. Echte behoeften komen en onechte behoeften verdwijnen.
Bewegen naar autonomie.

Hij beweegt zich naar autonomie. Hij voelt geen druk om onecht te zijn. Hij voelt vrijheid en verantwoordelijkheid om zelf te bepalen waar hij naartoe wil. Alhoewel aanvankelijk zonder veel vertrouwen tracht hij zichzelf te zijn in zijn keuzes. Hij kan de gevolgen van zijn keuzes onder ogen zien. Hij voelt zich niet schuldig als hij verkeerd was en is volledig bevredigd als hij zijn doel bereikt (en nu pas kan hij dingen afmaken). Immers hij kiest en handelt vanuit echte behoeften. Niet dwangmatig, niet omdat hij “zin” heeft, maar omdat hij het noodzakelijk vindt en nodig heeft. Hij wil niet méér dan wat hij nodig heeft om zich op deze manier gewaardeerd te voelen want hij voelt zich gewaardeerd om wat hij is.


Normaal zijn is een wordingsproces. Is anders zijn van dag tot dag. Hij heeft niet altijd hetzelfde gevoel tegenover een bepaalde ervaring of persoon. Dit stoort hem niet, hij is stabiel en is tevreden waar hij is, voelt zich daar goed bij. Zijn wat men is, is een proces van willen zijn wat men in werkelijkheid is: een complex individu.
Hij groeit naar een complex en dynamisch levensproces vanuit het verlangen om zijn gehele zelf te zijn, om vollediger te leven met alle gevoelens en reacties. Om aan dit verlangen naar volledigheid te beantwoorden, mag er niets in hemzelf verborgen blijven en hoeft hij niets in zichzelf te vrezen. Hij staat open voor ervaringen en leeft in een openhartige, vriendelijke en hechte relatie met zijn ervaringen. Hij luistert naar zichzelf, naar de signalen van zijn lichaam. Er zijn geen filters, geen afweermechanismen en kan alle ervaringen aanvaarden als een deel van zichzelf. Ook zijn leeftijd. Hij heeft zichzelf leren kennen als zijn beste vriend en voelt zich niet eenzaam, voelt geen vrees dat hij alleen is. Zijn ervaring is een vriendelijke hulpbron als hij op een gepaste manier reageert. Omdat hij in staat is te voelen wat juist is en niet iets wil bereiken vanuit onechte behoeften.
Hij gebruikt het heden niet om verdrongen gevoelens en behoeften uit het verleden uit te werken. Er is geen verleden dat hem belet in het hier en nu te voelen, te ervaren, te leven. Hij is niet op zoek naar de zin van het leven want de gevoelens die hij ervaart in de openheid tegenover zichzelf geven hem de zin. Hij kan voelen en moet niet op zoek alsof het echte leven buiten hem plaats vindt.
Verwant aan het aanvaarden van zichzelf is het aanvaarden van anderen. Hij is objectief en aanvaardend tegenover alles wat existeert. Hij kan helemaal met je samen zijn, is echt geïnteresseerd, zonder reserves, kan ook dat waarderen wat niets met zijn eigen persoon te maken heeft. Hij is sensitief: door zijn openheid voelt hij aan wat er werkelijk in anderen schuilgaat en treedt hij met tact op. Hij voelt dit aan met gans zijn organisme (wat meer is dan geestelijk bewustzijn).
Hij kent geen pseudo-gevoelens zoals afgunst, jaloersheid. Hij is niet eisend en laat anderen zichzelf zijn, gebruikt hen niet voor hun prestaties en successen. Hij laat zich evenmin verstrikken in de neurotische strijd van anderen. Hij onderhoudt enkel relaties met mensen die recht door zee zijn en open. Individualiteit van anderen is geen bedreiging voor hem.
Hij komt er toe het proces dat men zelf is te vertrouwen en te waarderen. Vanuit dit toenemend zelfvertrouwen durft hij te leven overeenkomstig zijn eigen waarden, en durft hij zich te uiten op zijn unieke manier. Met dit groeiend vertrouwen vermindert de angst, dat zichzelf zijn, catastrofale gevolgen zou hebben.
Normaal zijn is eenvoudig maar moeilijk.

Eigenlijk is normaal zijn eenvoudig: gewoon jezelf zijn. Hoewel het eigenlijk heel erg vermoeiend is om jezelf niet te zijn treffen we in onze huidige samenleving weinigen aan die hun eigen levenspad consequent kunnen bewandelen. De mens als individu wordt als één van de meest creatieve en sensitieve wezens geboren. Vrijwel onmiddellijk wordt het met een onecht systeem geconfronteerd: de ouders die opvoeden vanuit verdrongen behoeften, onechte waarden en onwerkelijke doelen. Het maatschappelijk leven (onderwijs, vrije tijd, arbeid,...) beantwoordt aan het onecht systeem dat het kind ontwikkeld heeft. Het hanteert waarden en normen die een onecht individu in zijn symbolisch systeem opneemt om zijn pijn niet te voelen (prestatiedwang, consumptie, concurrentie, succes, geld en bezit als waardemeter). In dit onecht systeem kan het onecht individu zijn eindeloze strijd voeren, zijn onechtheid wordt aanvaard en aangemoedigd. Er is een wisselwerking: het individu bouwt tevens mee aan dit systeem. Zij hebben elkaar nodig, immers een onwerkelijk persoon kan slechts samengaan met een onwerkelijk maatschappelijk systeem.


Omdat het voor een voelend persoon moeilijk is een optimale situatie te creëren waarin hij zichzelf kan zijn, moeten mensen die deze keuze maken gesteund worden en moeten normale mensen samen streven naar een normaal leefmilieu zonder gladgeschaafde mensen en zonder socialiserende structuren die mensen beletten gewoon zichzelf te zijn.
griot

8-8-2003
Voor duiding van de gebruikte auteurs, zie bijvoorbeeld:



Janov, www.primaltherapy.com

Rogers, www.nrogers.com/carlrogers.html

Casriël, www.dan-casriël-institut.de

Vijfentwintig eeuwen geleden schreef de filosoof Lao-Tse reeds:


“Dé manier om te doen, is te zijn”




Het gemaskerde zelf: Wat zien we als we in de spiegel kijken? Een gezicht – maar laat dat gezicht zien wie we zijn, of is het eerder een masker waarachter het zelf altijd schuilgaat? Het gezicht dat terugkijkt uit de spiegel ben ik zelf, maar het is ook iemand anders, ikzelf als een ander. Ik ben altijd al een ander, gezien als de andere mij ziet, en ervaar mijzelf in mijn diepste emoties als een vreemde voor mijzelf. En juist in het vreemde voor mijzelf zijn ervaar ik ook mijn diepste menselijkheid, mijn diepste relatie met de vreemde in anderen, door woede, verdriet, jaloezie, liefde, en hoop, en ervaren in elke ontmoeting van gezicht met gezicht. (Karim Benammar naar de Japanse filosoof Tetsuro Watsuji (1889-1960).


База данных защищена авторским правом ©shkola.of.by 2016
звярнуцца да адміністрацыі

    Галоўная старонка