“De Godzoeker in een van positieve godsdienst vervreemde wereld”. De ontvangst van Spinoza in katholieke kringen (1897-1997)


Een aanzet tot een ‘neo-katholiek’ spinozisme?



старонка6/7
Дата22.04.2016
Памер135.05 Kb.
#22503
1   2   3   4   5   6   7

Een aanzet tot een ‘neo-katholiek’ spinozisme?


Zo expliciet als de besproken tekst van Van Riet is in de betrekking tussen spinozisme en katholicisme, zo impliciet blijven de andere teksten uit deze periode.86 Dit zwijgen of fluisteren kan evenwel niet duiden op het verdwijnen van elke betrekking: daarvoor zijn beide tradities te sterk en daarvoor is het wijsgerige probleem dat hun confrontatie oproept te relevant. Het impliciete karakter heeft voor mij echter wel de aangename kant dat ik niet al te uitvoerig op deze omvangrijke literatuur hoef in te gaan en dit artikel voor de lezer in omvang kan beperken. Een karakterisering van een mogelijk bestaand ‘neo-katholiek’ spinozisme zou deze studie verre te buiten gaan. Ik zal mij daarom ter afsluiting van dit verhaal beperken tot enkele wellicht wat speculatieve kanttekeningen.

Als cruciale kwestie in de verhouding tussen spinozisme en katholicisme (of thomisme) is naar voren getreden de wijze waarop de differentiatie tussen God en Wereld (of God en Natuur) gedacht wordt.87 Naast belangrijke verschillen, kunnen hier ook overeenkomsten worden vastgesteld die aan betekenis winnen naarmate de omgeving nog verder gaande vormen van ‘immanentisme’ koestert. Anderzijds kan het katholicisme langzaam de verandering van een kerkelijke godsdienst naar een civil religion hebben aanvaard.88 De differentiatie heeft uiteraard onmiddellijk gevolgen voor de status van de Openbaring.

Het is wellicht geen toeval dat de franciscaan Theo Zweerman belangstelling had voor de verhouding tussen Spinoza’s denken en het anti-humanisme dat in de recente Franse filosofie tot uiting komt. Het anti-humanisme verzet zich immers bovenal tegen het overschatten van de menselijke macht en in het overdrijven van de menselijke autonomie. Spinoza’s leer van de kennis kan gelezen worden als een verzet tegen het idee dat de mens het subject van kennis zou zijn. Spinoza zou in plaats daarvan veeleer zeggen dat in het menselijke weten zich in meerdere of mindere mate de ideeën manifesteren zoals die in alle eeuwigheid in een vaste ordening aan elkaar geketend zijn. Opmerkelijk is evenwel dat Zweerman hier een vraagteken plaatst bij een al te rationalistische lezing van Spinoza - of tegen een al te rationalistische Spinoza. Een “geweldige en geweldzame verarming, insnoering of ontbloting van onze menselijkheid”, die zou ontstaan door een herleiding van het menselijke weten tot louter “geometrisch-deductief kennen”.89

Zweerman verwijst in deze cruciale passage niet alleen naar de katholieke filosoof Ricoeur en diens hermeneutiek van symbolen als tegenpool van de bij de besproken Franse filosofie voorkomende kritiek van de ideologie, maar ook naar het proefschrift van De Dijn, waarin deze de eerste en laagste soort van kennis, de Imaginatio, als “droomkennis” karakteri­seert.90 Hier verschijnt een Spinoza-interpretatie die duidelijk een niet- of zelfs anti-rationalistische richting uitwijst en zou kunnen uitmonden in een theorie van de godsdienst waarin deze niet louter als onwaarheid wordt gezien, maar als een uit de natuur van de mens voortvloeiende en dus onvermijdelijke levensvoorwaarde. De Dijn lijkt zelf, zoals eerder gezegd, deze richting uit te gaan in zijn poging Spinoza’s opvatting van de godsdienst als naturalistische wetenschap te duiden. De rede bij Spinoza lijkt zo haar normatieve en bijgevolg ook veroordelende rol te verliezen om veeleer de grond te worden van inzicht in de noodzaak en waarde van een religieuze levenshouding.91 Of zoals Zweerman in een verwijzing naar Spinoza stelt: werkelijk onmenselijk is hij die “noch door de Rede, noch door Medelijden er toe bewogen wordt om anderen te helpen”.92 Hier kan ook zeker een echo gehoord worden van Van Riets opstel: met de wijsheid van Spinoza trekken de gelovigen ten strijde tegen de verwording van de hedendaagse mens, die noch de grootsheid van de rede, noch de godsdienst erkent. In deze zelfde lijn kan het aannemelijk gemaakt worden dat een bepaald spinozisme te verenigen is met een neo-katholieke geloofsprak­tijk.


Slotbeschouwing


Ik kan het tot slot van dit verhaal en voorafgaand aan een conclusie niet nalaten te wijzen op een wat minder fraai hoofdstuk uit de geschiedenis van de betrekking tussen spinozisme en katholicisme. Een en ander wordt gememoreerd door Henrard, die ter gelegenheid van het afscheid van Guido van Suchtelen als secretaris van de Vereniging toegang kreeg tot de archieven en daar stukken tegenkwam uit de jaren 1956 en 1957 - de jaren waarin de Vereniging naar een nieuwe secretaris zocht en deze uiteindelijk en gelukkig vond in Guido van Suchtelen.93 Een kandidaat bestuurslid, mr. Dirkzwager, had “openlijke actie gevoerd ten einde de nieuw benoemde bisschop van Rotterdam van de kiezerslijst af te voeren op grond van de incompatibiliteit tussen het stemrecht in Nederland en het in dienst zijn van de Vaticaanse staat”. Dirkzwager haalt hier het klassieke verzet tegen de potestas indirecta in temporalibus van stal, die reeds Hobbes - evenzeer “in de eeuwenoude strijd tussen katholieken en anti-papisten” - naar voren had gebracht en die door Spinoza in ieder geval verbatim was overgenomen. Het betrof hier evenwel geen filosofisch dispuut. Sassen protesteerde namelijk tegen de kandidatuur94, maar verloor uiteindelijk en verdween zelf uit het bestuur nadat de buitengewone ledenvergadering het zittende bestuur had afgestemd. Een dergelijk anti-papisme is inmiddels verdwenen.

Wanneer het Franse theologische woordenboek van katholieke huize, zoals ik in het begin heb aangehaald, Spinoza van groot belang acht voor de christelijke theologie dan is dit een algemene uitspraak die men in het licht van de geschiedenis van de godsdienstigheid in Europa slechts kan beamen. Men moet daaruit echter niet afleiden dat Spinoza als filosoof of het spinozisme als wijsgerige stroming van groot belang is geweest voor het katholieke volksdeel in Nederland en België of voor de katholieke beoefening van de filosofie in het bijzonder. Ferdinand Sassen en Henry Robbers, Georges van Riet en Herman de Dijn en nog vele anderen zijn vooraanstaande filosofen in katholieke kringen die Spinoza en het spinozisme ernstig namen of zelfs van grote betekenis achtten, maar dat neemt niet weg dat men onmogelijk kan beweren dat spinozistisch gedachtengoed een stempel heeft gedrukt op de ontwikkeling van de katholieke wijsbegeerte. Het lijkt meer in overeenstemming met de historische waarheid om te zeggen dat in katholieke kringen langzaamaan de vijandige houding jegens het spinozisme afneemt, zowel omdat in het algemeen de uitsluitende gerichtheid op het thomisme verdwijnt95 en meer openheid ontstaat naar welke andere filosofische stroming dan ook, als omdat de vertegenwoordigers van andere wijsgerige richtingen evenzeer de strijdbijl begraven. Niet dat de filosofen eindelijk broeders in dezelfde waarheid zijn geworden - of de afwezigheid daarvan. Er zijn waarschijnlijk andere, en helaas wat minder eeuwige, waarheden die de filosofen onderling in kampen verdelen. Hoe dan ook, tussen 1897 en 1997 is er veel veranderd in de betrekking tussen spinozisme en katholicisme. Het Leuvense Tijdschrift voor Filosofie staat al heel lang open voor degelijke studies over Spinoza. En zelfs in de theologie vindt men soms een opening richting het spinozisme.96



De aanvaarding van Spinoza in katholieke kringen als een groot filosoof onder andere grote filosofen is uiteraard in menig opzicht een winst. Niet langer dragen katholieken bij aan de vereeuwiging van de doem die aan Spinoza’s naam zo lang kleefde. De doem lijkt verdwenen. Ik persoonlijk kan daarbij niet alleen maar staan te juichen. De gedreven teksten van Isodorus Vogels of zelfs nog van Henry Robbers vind ik eigenlijk toch veel spannender dan de gedegen studies van Herman de Dijn of Theo Zweerman - met alle respect uiteraard voor het werk van de laatsten. Het idee dat het in het denken nog om een existentiële keuze gaat, die niet meer voor de wijsgerige rede toegankelijk is, maar nog slechts de volle overgave van de filosoof vraagt, trekt mij nu eenmaal erg aan. Of wellicht beter gezegd: het idee met Spinoza niet langer tot de onderstromen of de tegenstromen in het denken te behoren, maar deel uit te maken van het inmiddels heersende gedachtengoed, staat mij tegen. Maar dat is wellicht een gevoel van heimwee dat alle geschiedkundige vorsing oproept.
[Voor hun opmerkingen en suggesties in de fase van het onderzoek ben ik dank verschuldigd aan Herman de Dijn, Erik Joris, Wim Klever, Kees Struyker Boudier, Theo van der Werf en Theo Zweerman.]

1  Spinoza’s werken vindt men nog vermeld in Index Librorum Prohibitorum. SS.MI D. N. PII PP.XII. Iussu editus, Typis Polyglottis Vaticanis 1948, blz.448. Het oorspronkelijke besluit past overigens in de tijd: protestanten in de Republiek wisten al eerder met behulp van de Staten de geschriften van Spinoza onder de censuur te plaatsen. Wat de geldingskracht van het verbod in deze eeuw betreft, moet ik toch allereerst vaststellen dat katholieken zonder belemmeringen over Spinoza schreven. Opmerkelijk is verder dat namen als Nietzsche, Marx of Freud niet in de lijst van verboden boeken te vinden zijn.

2  Wijsgerig leven in Nederland, Belgie [en Luxem­burg], 1880 1980 verscheen in acht delen tussen 1985 en 1992, op de eerste na (mede uitgegeven door het Katholiek Studie Centrum te Nijmegen) verschenen bij Ambo, Baarn en UPL, Leuven. Voor een eerste overzicht heb ik deze banden doorgespit op verwijzingen naar Spinoza. Biografische gegevens ontleen ik grotendeels aan dit werk: in de noten verwijs ik naar deel en bladzijden. Bibliografische gegevens heb ik hier en daar aangevuld, uiteraard vooral waar het gaat om meer recente titels.

3  ‘Vers une théologie de la parole’, in La Parole de Dieu en Jésus-Christ, Tournai-Paris 1961, blzn.11-32. Zie over Léonard: Struyker II:124.

4  Léonard (1961), blz.25. Léonard drijft de tegenstelling op de spits, omdat het hem erom te doen is de meerwaarde van de katholieke theologie en geloofsbeleving aan te geven: de erkenning van het goddelijke mysterie in de Openbaring èn de erkenning van de Openbaring als historisch feit (of beter: een reeks van historische feiten). Het benadrukken van transcendentie èn immanentie van God zal beslissend blijken in de katholieke reactie op Spinoza’s denken. Niettemin kan men tegen Léonard inbrengen dat hij de tegenstelling met Spinoza wat al te scherp maakt: nader onderzoek zou hier zeker gewenst zijn. Wellicht zou de breuk minder groot worden, wanneer men een poging deed Spinoza’s ‘godsdienstfilosofie’ uit te leggen vanuit het thomistische schema van ‘de drie stemmen’ (a.w., blz.18: verbum cordis, Verbum interius en verbum vocis) - een verband dat Léonard geheel over het hoofd ziet.

5  G.Rabeau, ‘Spinoza’, in Dictionnaire de Théologie Catholique, Paris 1941, t.142, k.2489: “Pour le théologien chrétien, catholique ou protestant, l’importance de Spinoza est immense. D’une part, son oeuvre est l’arsenal où, depuis trois siècles, viennent prendre des armes les adversaires du christianisme et de toute religion révélée. [...] Mais, à l’inverse, les protestants libéraux ont cru trouver en Spinoza une âme, sans doute affranchie du dogmatisme orthodoxe, mais profondément religieuse, et ils ont pris le Théologico-politique pour l’esquisse d’une théologie.”

6  Aldus de tweede druk van de Katholieke Encyclopaedie, Amsterdam-Antwerpen 1954; schrijver onbekend.

7  Aldus het Theologisch Woordenboek, Roermond en Maaseik 1958. Zie over hem Struyker, I:107-110. Nota merkt - in een tijd dat er nauwelijks over Spinoza werd geschreven - ook op: “Het spinozisme heeft nog steeds een sterke invloed, hetzij in een mystiek-religieuze interpretatie (Carp, Gebhardt, Séroya), hetzij als filosofische wereldbeschouwing voor ‘humanisten’ (Sikkes, spinozisten in Israel).” In de literatuur verwijst hij naar Franstalige boeken van P. Siwek die het in de New Catholic Encyclopedia, New York etc. 1967, overigens heel wat bonter maakt. Naast de nadruk die hij legt op de joodse achtergrond (waarbij wordt duidelijk gemaakt dat de filosoof zijn belangrijkste gedachten van anderen overnam), wordt Spinoza wat betreft kennis van de scholastieke traditie nalatigheid verweten: “Instead of reading the more respected scholastics, however, Spinoza contended himself with manuals by obscure compilators, such as Heerbord [sic] and Kerkermann.” Spinoza’s leer van de politieke macht kan Siwek ook niet bekoren: “He can command whatever he wills - and in every matter, especially in religious affairs. The whole community belongs to him, as does all that it possesses: land, houses, etc. This explains why communists feel justified in considering Spinoza as ‘the father of Bolshevism’ (A. Deborin).” En hij besluit: “A refutation of Spinoza and his philosophy is not difficult. [...] The arguments of centuries weigh heavily against his simplistic solution.” Zo grof ben ik het in de Benelux-landen niet tegengekomen.

8  Ik citeer uit Spinoza, door Berthold Auerbach, naar de vierde Hoogduitsche uitgaaf bewerkt met toestemming van den schrijver, Van Heusden, ‘s-Hertogenbosch 1875, blz.304.

9  De leermeester van Spinoza, Franciscus van den Enden (1602-1674), maakte tot het jaar 1633 deel uit van de Sociëteit van Jezus, was dus jezuïet, maar werd uit deze orde ontslagen. Hij bleef evenwel in het openbaar belijdend lid van de Rooms-katholieke Kerk, hoezeer hij in zijn opvattingen ook mocht hebben afgeweken van de kerkelijke leer. Zie J.V. Meininger en G. van Suchtelen, Liever met wercken, als met woorden. De levensreis van doctor Franciscus van den Enden, leermeester van Spinoza, complotteur tegen Lodewijk de Veertiende, Heureka, Weesp 1980, blzn.10 en 127.

10  Zie met name hoofdstuk 7 van het Theologisch-politiek traktaat, Wereldbibliotheek, Amsterdam 1997, blz.238 (SO 3, 10523-26).

11  Zie het Theologisch-politiek traktaat, hoofdstuk 14, blz.329 (SO 3, 177). In de Voorrede lezen we: Religio catholica, sive lex divina (idem, blz.89; SO 3, 105-6).

12  Zie de Tractatus politicus, VIII/46 (SO 3, 345).

13  I.Vogels, ‘Antwoord aan den Heer W. Meyer’, in Studiën, 34(1902)58, blz.118.

14  Ik spreek hier uiteraard over Herman de Dijn. Sedert 1989 is hij voorzitter van de Vereniging en sinds 1995 vice-rector van de Humaniora aan de Katholieke Universiteit Leuven. [Naschrift MT: deze gegevens gelden natuurlijk het jaar 1997. De Dijn bleef tot 2002 voorzitter van de vereniging en tot 2000 vice-rector in Leuven.]

15  Het is opmerkelijk, dat Spinoza’s denken allereerst in de negentiende eeuw in de belangstelling komt in protestantse kringen die de modernisering van de theologie niet ver genoeg vinden gaan en daarom breken met hun geloof, zoals geldt voor Scholten, Van Vloten en Meijer. Zie G. van Suchtelen, ‘Het Spinozisme van Jan van Vloten. De romantische aard van een naturalist’, in Bzzlletin, 13(1984)121, blzn.20-23, en H. Hubbeling, ‘Calvinistisch Spinozisme: J.H. Scholten’, in Bzzlletin, 13(1984)121, blzn.16-19. Van Suchtelen spreekt over Van Vloten als “de evangelist van Spinoza” en over diens “polemische veldtocht voor ‘een geloofsvrije beschaving’”: blzn.21-22.

16  Slechts enkelen waren er op een groot Spinoza-congres te Leipzig in 1992 getuige van dat prof. Horst Seidl, die van 1980 tot en met 1987 hoogleraar in de geschiedenis van de antieke wijsbegeerte aan de Katholieke Universiteit te Nijmegen was en daarna naar Rome vertrok, Spinoza’s metafysica naast de meetlat der neo-thomistische leer legde en andermaal op de ernstige fouten van onze filosoof wees in het licht van de eeuwige leer van de kerk. De verbijstering was toen onder de spinozisten minstens zo groot, als bij de toehoorders van zijn inaugurale rede aan de Katholieke Universiteit Nijmegen, waarin hij de superioriteit van Aristoteles en Thomas verdedigde.

17  F. Sassen, Wijsgerig leven in Nederland in de twintigste eeuw, Amsterdam 19472; ‘De herleving van het spinozisme in Nederland in de negentiende eeuw’, in Studia Catholica, 33(1958), blzn.36-46; Wijsgerig leven in Nederland in de twintigste eeuw, Amsterdam 19603. En C. Struyker Boudier, ‘Katholiek­ wijsgerig leven rondom 1900’, in Ge­schiedenis van de Wijsbegeerte in Neder­land. Documentatieblad werkgroep “Sas­sen”, 6(1995)1-2, blzn.67-79.

18  Belangrijke wijsgerige tijdschriften werden in het begin van de eeuw opgericht: Tijdschrift voor Wijsbegeerte in 1907, De Idee in 1917, Denken en Leven in 1918, Chronicon Spinozanum in 1921 en Studia Catholica in 1925 (voortzetting overigens van De Katholiek en inmiddels Tijdschrift voor Theologie) en het Thomistisch Tijdschrift in 1929. Wijsgerige studies verschenen overigens al in niet uitdrukkelijk filosofische tijdschriften: voor katholiek Nederland was dat bijvoorbeeld Studiën (dat verscheen vanaf 1868 en voluit heette: Studien: godsdienst, wetenschap, letteren) waaruit aanstonds door mij geput zal worden.

19  Hoeveel enthousiasme dit teweeg kon brengen, blijkt uit een lang artikel van de jezuïet Gerard Louwerens (1839-1918) over het vrijheidsbegrip waarin ook Spinoza nog aan bod komt: “En met rechtmatige fierheid mag de Katholiek opzien naar zijn Kerk en hare Opperpriesters, met name Leo XIII en Pius X; want zij en zij alleen, de Kerk en de Pausen, hebben èn door de beslissingen van het Vaticaansch concilie, èn door de Encyclieken Aeterni Patris en Pascendi Dominici gregis de natuurlijke rechten van het menschelijk verstand luide verkondigd en verdedigd tegen de schandelijke miskenningen en verguizingen, waaraan het bloot stond van de zijde van het Kantisme en modernisme.” Aldus G. Louwerens, ‘De ware vrijheid van het menselijk verstand’, in Studiën, 44(1912)77, blz.14. Zie over hem Struyker, I:38.

20  Zie de delen V en VI van C. Struyker Boudier, a.w.

21  Struyker (1995), blz.76: Er moest ruimte blijven “voor onderscheidingen tussen natuur en bovennatuur oftewel genade, geloof en weten(schap) oftewel denken, stof en geest, zijn en zin. [...] Zo men wil, de mens is geen burger van twee radicaal gescheiden werelden, maar de twee-eenheid van natuur en bovennatuur, geest en lichaam of stof en zelfbewustzijn, enz.”

22  Nicolas-Joseph Laforêt (1823-1872) bestreed reeds vroeg (Principes philosophique de la morale, Leuven 1852) de Piemontese filosoof Gioberti vanwege diens religieus en moreel pantheïsme dat onder anderen op Spinoza teruggaat. Zie Struyker, V:39. Tekenend zijn ook enkele reacties die strikt genomen vóór het hier behandelde tijdvak vallen. Léon Bossu (1837-1880) voert “een wel zeer onwaardige scheldpartij tegen Spinoza” (in ‘La statue de Spinoza. Lettre à un bourgeois de la Haye’, in Revue Catholique, 50(1880)24, 355-375), aldus Struyker, V:88. En denkend vanuit Aristoteles en Thomas tracht Léon De Lantsheere (1862-1912) de moderne filosofie te karakteriseren. Hij beschouwt onder anderen Spinoza als “een niet onintelligente, maar dwalende leerling” (in ‘Les caractères de la philosophie moderne’, in Revue Néo-Scolastique, 1(1894), 102-122; herdrukt in hetzelfde tijdschrift, 20(1913), 39-51). Aldus Struyker, V:146.

23  Zie Struyker, I:166.

24  Vogels, ‘Benedictus de Spinoza’, in Studiën, 29(1897)48, blzn.452ff en 470ff. Herhaald in Vogels (1902), blz.135: “in Spinoza zit een Mefisto, maar hij kan het niet helpen”. Dit oordeel ontleent Vogels overigens aan iemand die toch geenszins als tegenstander van Spinoza kan worden aangemerkt, namelijk K. Meinsma, Spinoza en zijn kring. Historisch-kritische studiën over Hollandsche vrijgeesten, ‘s-Gravenhage 1896 (Herdruk: HES Publishers, Utrecht 1980), blz.324: “Ondanks den wijsgeer zelven was er iets in van Mefisto, van Satan!” P. Siwek, a.w., is hier weer een stuk milder: “He [Spinoza] led a sober, peaceful, and hardworking life and stoically accepted his suffering from tuberculosis. His virtue, however, did not merit the title of saint that some lavished on him, nor did his vices suggest a comparison with the devil.”

25  Vogels (1902), blz.136.

26  Vogels (1897), blzn.465 en 495.

27  Vogels (1897), blz.444.

28  Vogels (1897), blz.489.

29  Zie over hem Struyker, I:33.

30  Kerlen, ‘Spinoza de pantheïst’, in Studiën, 34(1901)57, blz.215: “de kern ligt hier: het heelal wordt tot God verheven”. In scholastieke termen: Spinoza ontkent de potentia Dei absoluta die het mogelijk maakt dat “God de wereld ook niet had kunnen scheppen of een andere in plaats van deze”. Deze vergoddelijking van de wereld is “de leer van het heidendom” (blz.216). Later verscheen van Kerlen nog ‘Spinoza de sophist’, in Studiën, 39(1907)67, blzn.452-470.

31  Kerlen (1901), blz.217. Hij verwijst hier naar het (eerste) Vaticaanse Concilie, dat werd uitgeroepen in 1868.

32  Kerlen (1901), blz.226: “Zijn God is een gedrochtelijk monster, niet de oneindig volmaakte, niet de heilige, aanbiddelijke Majesteit, zooals openbaring en rede ons luide den waren God verkondigen.”

33  Dit had Prof. van der Wijck beweerd in een artikel, “Spinozabespiegelingen”, in De Gids van november 1900. Kerlens opstel is hierop een antwoord: blz.211 en 228.

34  Gerard Louwerens SJ, reeds genoemd, meent dat men de “ware, vrije natuurlijke ontwikkeling van ‘s menschen denkvermo­gen niet zoeke bij de modernen, zij is alleen te vinden in de Christelijke wijsbegeerte”. Aldus Louwerens (1912), blz.144. Even daarvoor, op blz.143, is Spinoza’s naam gevallen als voorbeeld van een vertekend beeld van het denken over Gods eigenschappen: in het thomisme is uitdrukkelijk vastgesteld dat deze eigenschappen alleen in eminente zin gelden; van “antropomorfisme” kan dus geen sprake zijn, zoals Spinoza meent. Gustave W.F. (Thomas) de Valk O.P. (1893-1961) schreef een opstel over Spinoza en Vondel, waarin de laatste om zijn spinozisme gekritiseerd wordt en beiden worden bijeengebracht onder de naam “ongodisten” (‘Spinoza en Vondel’, in De Beiaard, 6(1921)2, 440-458). Het spinozisme zou in Amsterdam snel zijn verdwenen na Vondels Bespiegelingen. Zie Struyker, II:67-68. Alhoewel iets later schrijvend kan hier ook genoemd worden de dominicaan Joannes de Petter (1905-1971), die zich tegen het pantheïsme van Spinoza verzette. Hij bestreed (‘Pantheïsme?’, in

Каталог: teksten


Поделитесь с Вашими друзьями:
1   2   3   4   5   6   7




База данных защищена авторским правом ©shkola.of.by 2022
звярнуцца да адміністрацыі

    Галоўная старонка