“De Godzoeker in een van positieve godsdienst vervreemde wereld”. De ontvangst van Spinoza in katholieke kringen (1897-1997)



старонка1/7
Дата22.04.2016
Памер135.05 Kb.
#22503
  1   2   3   4   5   6   7

“De Godzoeker in een van positieve godsdienst vervreemde wereld”. De ontvangst van Spinoza in katholieke kringen (1897-1997)

Marin Terpstra | september 2007 (laatst herzien: augustus 2008)



Spinoza’s denken en het katholieke geloof


De geschriften van Spinoza, de Opera Posthuma om precies te zijn, stonden op grond van een pauselijk besluit van 29 augustus 1690 op de Index Librorum Prohibitorum (ook wel Index Expurgatorius), de lijst van verboden boeken die de Rooms-katholieke Kerk sedert 1557 opstelde.1 Dat zou zo blijven tot 1967, het jaar waarin de Index officieel werd opgeheven. Spinoza’s denken staat buiten of zelfs tegenover de schriftelijke overlevering en al helemaal buiten de geschiedenis van de Rooms-katholieke Kerk. Omgekeerd kan van een hartelijke ontvangst van Spinoza en zijn denken in katholieke kringen de afgelopen eeuw evenmin gesproken worden. Kijken we naar de katholieke intellectuelen, die Spinoza’s werk lazen en erover schreven, dan stelt men echter ook niet een uitsluitend vijandige houding vast. Op een enkele uitzondering na behandelen deze auteurs Spinoza met grote achting of zelfs waardering. En vanaf de jaren zestig zijn er talloze filosofen van katholieke huize die een belangrijke bijdrage leveren aan de hernieuwde belangstelling voor onze filosoof. Daar staat wel tegenover dat in de beoefening van de filosofie in katholieke instellingen Spinoza slechts een bescheiden rol speelt. Veel andere filosofen krijgen meer aandacht. Spinoza blijft op afstand van het katholieke denken en geloven. Niettemin vinden we in het omvangrijke overzichts­werk van het wijsgerige leven in katholieke instellingen, dat Kees Struyker Boudier heeft geschreven in de jaren tachtig, een ruim aantal verwijzingen naar de naam Spinoza.2

Toch zijn deze inleidende waarnemingen te oppervlakkig. Augustin Léonard3 stelt vast dat de katholieke theologie - met uitzondering van het traditionalisme - sedert de Nieuwe Tijd in de ban raakt van de filosofie, die de Openbaring binnen de grenzen van de rede herformuleert en ontkent dat de Openbaring het handelen van God zelf in de wereld is. De belangrijkste impuls van dit immanentisme komt volgens Léonard van Spinoza: “Spinoza stelt reeds de beginselen en de methoden vast van de talloze ‘godsdienstfilosofieën’ die weldra het licht zullen zien en de theologie zullen vervangen.”4 Historisch gezien is er daarmee alle reden om de betrekking tussen spinozisme en katholicisme ernstig te nemen. Léonards stelling lijkt te worden ondersteund door de openingszinnen van het lemma ‘Spinoza’ in de Dictionnaire de Théologie Catholique uit 1941:


Voor de christelijke theoloog, of hij nu katho­liek of protestant is, is het belang van Spinoza im­mens. Aan de ene kant is zijn werk het arsenaal waaruit de tegenstanders van het christendom en van elke openbaringsgodsdienst sedert drie eeuwen hun wapens konden opnemen. [...] Maar aan de andere kant meenden de vrijzinnige protestanten in Spinoza een geest te hebben getroffen die, weliswaar vrij van elk orthodox dogmatisme, diepgaand religieus was; zij hebben de Tractatus Theologico-Politicus als het ontwerp van een theologie opgevat.5
Het is wellicht al opmerkelijk genoeg dat katholieke encyclopedieën van Nederlandse huize van Spinoza melding maken en een vrij zakelijk lemma presenteren, overigens zonder een al te grote nauwkeurigheid, dat laatste met name wat betreft de ethische en politieke aspecten van het spinozisme. Duidelijk is dat de zijnsleer van Spinoza pantheïstisch is:
Met het theïstisch Godsbegrip heeft dat van Spinoza slechts de naam gemeen. De transcendentie Gods is volkomen opgeheven; ieder persoonlijk karakter van de Godheid wordt geloochend.6
De Nijmeegse jezuïet dr. J.H. Nota (*1913) onderscheidt in Spinoza’s denken twee verschillende tendensen: een “mystiek-religieuze” waarin de invloed van het jodendom zichtbaar is, en een “rationalistische”, en geeft vervolgens een weinig gebruikelijke idealistische uitleg aan het spinozisme, dat hij aanduidt als “een mathematisch pan-humanisme” of “pan-animisme”.7

Een andere reden om toch wat uitvoeriger aandacht te besteden aan de ontmoetingen tussen spinozisme en katholicisme is dat de confrontatie tussen beide denkstromingen, in tegenstelling tot wat deze referenties naar encyclopedieën doen vermoeden, op een bevredigend niveau staat. Wellicht zijn de verschil- en geschilpunten die in een dergelijke confrontatie opduiken minstens even interessant als de innerlijke samenhang van elk gedachtenstelsel op zich genomen. Aangezien een historisch overzicht van de ontvangst van Spinoza in katholieke kringen tot heden ontbreekt, heb ik er voor gekozen de vorm van een receptie-geschiedenis te gebruiken.


Een bekering die nooit plaats vond


Laten we ons dan nu verplaatsen naar het tijdperk dat een eeuw achter ons ligt. Ik kan geen beter en vooral mooier begin vinden, dan het volgende raadselachtige verhaal:
De hoogmis was geëindigd. Spinoza deed eenige stappen voorwaarts en knielde op de trappen van het altaar voor den priester neder. Hij vervloekte de moeder, die hem onder het hart gedragen, den vader, aan wien hij het leven te danken had, omdat ze hem niet van zijne geboorte af in de schoot der alleenzaligmakende kerk hadden opgebracht. Een wanhopige kreet weerklonk van het koor; een doode werd weggedra­gen. Met zachte, alleen voor den priester verstaanbare stem legde Spinoza nu de geloofsbelijdenis af; de geestelijke breidde de handen zegenend boven het hoofd van den doopeling uit en besproeide zijn voorhoofd vervolgens drie malen met wijwater, waarop het orgel met blijde klanken inviel.
Gelukkig, zo zullen velen verzuchten, vond deze gebeurtenis niet in werkelijkheid plaats. Ze bestaat slechts in een nachtmerrie, die door Berthold Auerbach beschreven is in zijn roman over Spinoza.8 De boze droom overvalt de romanfiguur Spinoza de nacht nadat hij en de dochter van Franciscus van den Enden over hun onmogelijke liefde hebben gesproken. Het geloof blijkt een hinderpaal voor de geliefden.9 Ik open deze presentatie van mijn navorsing over de ontvangst van Spinoza in katholieke kringen in de afgelopen eeuw met deze verwijzing naar een mogelijke maar onwerkelijke wereld, omdat deze gebeurtenis niet geheel en al buiten elke noodzakelijkheid valt. Spinoza kwam slechts in geringe mate in aanraking met het katholicisme van zijn tijd. Zijn voorouders en ouders werden uit Spanje en later Portugal verdreven. Ze hadden vervolgens het geluk dat de van katholieke heerschappij bevrijde Republiek stand hield. Spinoza heeft zijn hele leven, op een uitstapje naar Utrecht na, in Holland doorgebracht. Evenwel, de verdraagzame republiek liet oogluikend toe dat ook katholieken hun godsdienst konden blijven beoefenen. En bovendien kwam Spinoza nog geregeld in contact met katholieken, waaronder zijn leermeester en voormalig jezuïet niet de minste was. Bij Spinoza verschijnt ‘katholicisme’ op twee manieren. In een negatieve zin verwijst het naar de kerk van Rome, een instelling die het geloof met gezag aan mensen wil opleggen, hetgeen Spinoza uiteraard bestrijdt.10 In een positieve of neutrale zin betekent het ‘algemeen geldend’: de fides catholica verschijnt dan als het minimale geloof dat nodig is om tot vroomheid op te wekken11 en godsdienstige verdraagzaamheid te waarborgen12.


Каталог: teksten


Поделитесь с Вашими друзьями:
  1   2   3   4   5   6   7




База данных защищена авторским правом ©shkola.of.by 2022
звярнуцца да адміністрацыі

    Галоўная старонка