Sterrenkijken voor iedereen




старонка1/11
Дата канвертавання24.04.2016
Памер0.54 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11




Sterrenkijken voor iedereen


Paul Bakker

Peter Pulles


Inhoud

1 Enkele basisbegrippen 5

Sterrenbeelden 5

Magnitude: helderheid van sterren. 5

Grootte van sterren 5

Afstanden van sterren 6

Naamgeving van sterren 6

De Melkweg 6

Planeten en de Dierenriem 6

2 Toelichting bij de kaarten 8

Soorten objecten 9

Naamgeving en nummering van objecten 10

3 Waarneemtips 12

Warme kleding 12

Nachtzicht 12

Kleuren 12

Beweging van de sterren 12

Hoe te beginnen 13

Donkere plek 14

Ga naar buiten en kijk 14

4 De lentesterrenbeelden 16

5 DE ZOMERSTERRENBEELDEN 28

6 DE HERFST-STERRENBEELDEN 51

7 DE WINTERSTERRENBEELDEN 64

8 De Circumpolaire sterrenbeelden 82

9 OEFENKAARTEN 94

Lentesterrenbeelden 95

95

Zomersterrenbeelden 96



96

Herfststerrenbeelden 97

97

Wintersterrenbeelden 98



98

Circumpolaire sterrenbeelden 99

Appendix 1 101



Sterrenkijken voor iedereen
Veel mensen denken dat sterrenkijken een moeilijke en dure hobby is. Er is echter niet meer nodig dan een goed gezichtsvermogen, een nieuwsgierige inslag en een redelijk donkere plaats met een zo vrij mogelijk uitzicht op het firmament.
Dit boekje richt zich tot de natuurliefhebber die zich afvraagt wat er allemaal te zien is aan de sterrenhemel. Wie heeft niet eens vanuit een donkere vakantieplaats vol verwondering omhoog gekeken? Kon u maar wat sterrenbeelden herkennen!

Het kijken naar de sterren met het blote oog staat in dit boekje centraal. Hoewel we er wel enige aandacht aan besteden, is er geen verrekijker of telescoop nodig voor de kennismaking met de sterrenhemel.


Per seizoen (lente, zomer, herfst en winter) gaan we op zoek naar de diverse sterrenbeelden die ’s avonds vanuit Europa zichtbaar zijn. Telkens starten we met een overzichtskaart en bekijken we welke helderste sterren en welke sterrenbeelden er zichtbaar zijn. We bespreken hun onderlinge positie en de meest kenmerkende patronen. Vervolgens gaan we meer in detail naar de sterrenbeelden kijken: welke sterren zijn bijzonder, zijn er objecten die we met het blote oog of met eenvoudige hulpmiddelen kunnen zien, hoort het sterrenbeeld bij een oude mythe? Het zijn allemaal onderwerpen die de revue passeren.

Daarnaast is er nog een hemeldeel waarin de sterrenbeelden slechts gedeeltelijk of zelfs helemaal niet onder de horizon verdwijnen. Hoe dat komt leggen we uit in het hoofdstuk over de “circumpolaire” sterrenbeelden.


Voordat we onze verkenning starten verhelderen we eerst enkele eenvoudige sterrenkundige basisbegrippen. We beperken ons daarbij tot onderwerpen die nodig zijn om de sterrenkaarten en bijbehorende teksten te kunnen begrijpen. Ingewikkelde wiskundige theorien over de opbouw van het heelal zult u hier tevergeefs zoeken. Het is een praktisch boekje dat u de weg wijst tussen de wirwar van sterren.

We wensen u veel waarneemplezier!


Paul Bakker

Peter Pulles




1Enkele basisbegrippen

Sterrenbeelden


Wie een paar minuten de tijd neemt om de sterrenhemel te bekijken zal al snel enkele patronen gaan zien. Een opvallend vierkant, een grappig boogje met sterren, een paar hele heldere bij elkaar, enzovoorts. Het leuke is dat deze patronen gedurende duizenden jaren niet of nauwelijks merkbaar veranderen. De oude Grieken zagen dezelfde patronen als u. Onze voorvaderen waren gefascineerd door de sterrenhemel. Zij zagen in de verschillende groeperingen allerlei figuren en voorstellingen, die gekoppeld werden aan mythen en sagen. Eigenlijk is de indeling van sterrenbeelden volstrekt arbitrair. De volkeren en culturen zagen verschillende sterrenbeelden. De huidige indeling bestaat uit sterrenbeelden die zijn ‘ontstaan’ door Babylonische, Griekse, Romeinse en Arabische invloeden. In de 2e eeuw voor Christus stelde Ptolemaeus een catalogus van 48 sterrenbeelden samen. De mooiere en meer bekende sterrenbeelden uit onze huidige tijd komen uit deze catalogus.

Tot de 15 e eeuw waren de Europese volkeren alleen bekend met de noordelijke sterrenhemel. Met de wereldwijde ontdekkingsreizen kwamen niet alleen nieuwe landen, maar ook nieuwe sterren in beeld. Deze zogenaamde moderne sterrenbeelden hebben namen gekregen als Voorsteven, Passer en Horlogicum. Ze blijven in dit boekje buiten beschouwing omdat we ons beperken tot sterrenkijken vanaf het noordelijk halfrond van de Aarde.

Nog meer sterrenbeelden kwamen erbij toen de Poolse astronoom Hevelius rond 1690 een aantal zwakke sterrenbeelden aan de kaarten heeft toegevoegd om wat lege gebieden op te vullen. Dit zijn logischerwijs allemaal zwakke sterrenbeelden die minder interessant zijn.

Sterrenkundigen hanteren nu wereldwijd dezelfde sterrenbeelden met een Latijnse naamgeving. In 1930 heeft de Internationale Astronomische Unie besloten om 88 sterrenbeelden te erkennen en hebben hun grenzen officieel vastgelegd. Sommige daarvan zijn groot, andere klein. Sommige hebben opvallende patronen, andere zijn niet interessant en u zult erg uw best moeten doen om deze te herkennen.

Oude sterrenkaarten vertonen imposante tekeningen en beschilderingen. Het zijn soms prachtige decoraties, maar volstrekt ongeschikt om de sterrenhemel mee te leren kennen. Moderne kaarten vertonen de sterrenbeelden door een aantal verbindingsstreepjes tussen de sterren te trekken.

Magnitude: helderheid van sterren.


Sterren schijnen niet allemaal even helder. Al in het jaar 130 voor Christus bedacht de Griek Hipparchus een maat om de helderheid van een ster aan te geven. De helderste sterren die na zonsondergang in de schemering het eerst zichtbaar worden gaf Hipparchus een magnitude (of grootte) van één. Iets zwakkere sterren kregen een magnitude 2, enzovoorts. Sterren van magnitude 6 waren nog net met het blote oog zichtbaar. Dit systeem wordt nog steeds gehanteerd en klopt grofweg nog, al is er tegenwoordig vanzelfsprekend wel een precieze wiskundige wet aan ten grondslag gelegd.

Wat u moet weten is: des te helderder een ster, des te lager zijn magnitudegetal. De allerhelderste sterren zijn zelfs van magnitude nul of zelfs negatief. Sirius, de helderste ster aan het firmament heeft magnitude –1,4. De volle Maan is magnitude –11 en de Zon heeft magnitude –27! Natuurlijk zijn dit allemaal schijnbare helderheden. De Zon schijnt bij ons zo helder omdat zij zo dicht bij de Aarde staat. In feite staan er vele zwakke sterretjes aan de hemel die absoluut gezien vele malen meer licht geven dan de Zon. Deze sterren staan echter zo ver weg dat ze van uit ons gezichtspunt nog maar zwakjes stralen.


  1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11


База данных защищена авторским правом ©shkola.of.by 2016
звярнуцца да адміністрацыі

    Галоўная старонка