Misleiding, drugs, moord en spannende seks




Дата канвертавання18.04.2016
Памер13.59 Kb.
Misleiding, drugs, moord en spannende seks
Veel mensen hebben en persoonlijke voorkeur (of afwijking) voor een bepaalde plantensoort. Dat is bij mij niet anders: ik houd van misleiding, drugs, moord en spannende seks bij planten, ik ben wild van vleesetende planten. Veel mensen hebben een gevoel van onbehagen tegenover planten die actief kunnen bewegen en/of vlees vangen; planten horen passief te zijn. Eigenlijk raar: meestal zien mensen plantenetende dieren als vredige wezens maar als planten insecten eten -die wij meestal als een plaag zien- dan wil men er niets van weten.

Wat is een vleesetende plant en waarom eten ze vlees? Volgens een strenge definitie is een vleesetende plant een plant die insecten lokt, ze vangt en doodt en ze verteert, waarna de vrijgekomen nutriënten door de plant kunnen worden opgenomen. Door dat vermogen zijn vleesetende planten instaat op zeer arme gronden te overleven. Energie halen ze uit zonlicht, water en lucht, de bouwstoffen uit opgeloste insectenlijken.

Het lokken van de insecten gebeurt op verschillende manieren. Veel vleeseters hebben een rode blos, soms gecombineerd met wit, een combinatie die wat op vlees of op rottend vlees lijkt. Onweerstaanbaar voor elke vlieg. Het aanbieden van nectar of iets wat daar op lijkt is ook een methode. Geurtjes worden ook ingezet als lokkertje.

De variatie in vangtechnieken is echt verbluffend en lijkt wel op iets uit een sciencefiction film. Het bekendste vangstmechaniek is misschien wel de happende blaadjes van de Venusvliegenval (Dionaea muscipula).



Venus vliegenval met sensor haartjes in de kleppen


Een insect gelokt door nectar en de rode blos aan de binnenkant van de bladeren moet een sensorhaartje (ongeveer 3 per bladhelft) 2x aanraken en dan slaat de val dicht. De plant lost het gevangen slachtoffer met behulp van verteringssappen in 4-10 dagen op, alleen het exo-skelet van het insect blijft over. Een blad kan 1 tot 3 maal een vangst doen, waarna het afsterft. Deze plant is echter niet zo geschikt voor het Nederlandse klimaat en dus niet echt voor de tuin.

Een andere actief bewegende soort komt van nature in Nederland voor: Zonnedauw (Drosera).




Zonnedauw
De Nederlandse soorten zijn vrij klein (1-5 cm doorsnede) maar er zijn veel forsere niet inheemse soorten. Zonnedauw lokt fruitvliejesformaat insecten met glinsterde druppeltjes op tentakeltjes die de bladeren bedekken. Die druppeltjes zijn geen nectar maar lijm. Onfortuinlijke worstelende insecten worden door de bewegende bladeren ingerold –vrij langzaam (1-20 minuten)- voor optimaal kontact met de verteringssappen. Een Zonnedauw kan zelfs kwijlen.

Een andere inheemse bewegende vleesetende plant is blaasjeskruid (Utricularia), een waterplantje met klapluik valletjes die door aanraking van een sensorhaartje met zo’n vaart openklappen dat een voorbij zwemmende beestje naar binnen wordt gezogen en verteerd. Er zijn ook niet aquatische Utricularia die in vochtige bodem met wortels die de zelfde vangmethode hebben. Ze hebben prachtige bloemen.



Blaasjeskruid


Bekervallen worden door diverse vleeseters gebruikt: de Australische en Amerikaanse bekerplant (Cephalotus follicularis, Sarracenia), Cobra plant (Darlingtonia carlifornica), Zonnevaasjes (Heliamphora) en tropische bekerplanten (Nephentis) en bewegen niet actief.

Cephalotus; Heliamphora en de Cobra plant


De bekers groeien direct uit de wortels of hangen aan het uiteinde van bladeren, hebben vaak een klep boven de beker om de val en de lokkende nectar in de nek van de klep tegen overvloedige regen te beschermen. De nectar bevat bedwelmende stoffen, vliegen worden er erg teut van. Veel bekers zijn van binnen spekglad of hebben naar binnen gerichte haartjes: al met al erg effectief om insecten te vangen en ze in de val te houden. De bekers scheiden verteringsappen af. De bekers zijn in allerlei kleuren (van wit, groen tot donker rood), tekening (effen, stipjes, blokjes, strepen), model vormen (orgelpijpen, wc potten, kokers, poefjes) en groottes (1 cm tot meer dan 50 cm) en met diverse klepjes (gerafeld, met stekels, geplooid) te vinden, inclusief modieuze ruches of ribben op de buik van de beker of aan de stengels.

Vooral het geslacht Nepentis is creatief in de vormgeving van de vallen die zowel bij de jonge gesloten bekers als bij de volwassen open bekers beslist een bizarre erotische schoonheid hebben.




Diverse Nephentis soorten (de laatste foto met gesloten beker)


De tropische laagland Nephentis is een uitstekende wespenvanger op het zomerse terras, maar moet ’s winters naar binnen. Veel Sarracenia’s zijn wel winterhard en doen het prima in een Nederlandse tuin, vooropgesteld dat de planten in de zon, in turf en nat staan (moeras of vijver). Bovendien zijn ze wintergroen en bloeien uitbundig, net als vetblad (Pinguicula). Het inheemse vetblad vangt insecten met de plakbandmethode. De bladeren zijn niet spectaculair, maar de bloemen zijn mooi.

Sarracenia en vetblad

In een moeras zijn winterharde vleeseters prima te combineren met kievitsbloemen, lenteklokjes en diverse winterharde orchideeën. Het verdient aanbeveling om dit soort planten niet te dicht bij het terras te planten……op een zoele zomeravond is de geur van rottende insectenlijkjes geen goede combinatie met een lekker glas wijn. Voor vogels zijn de insectenlijkjes in de planten een aantrekkelijk buffet. Om te voorkomen dat de vogels de planten mollen op zoek naar al dat lekkers moeten ze nogal dicht op elkaar geplant worden. Verder hebben deze planten vrijwel geen verzorging nodig.

Dan heb je nog de ondergrondse valletjes van de kurkentrekkerplant (Genlisea), waarbij vanuit de plant een buis met een soort verteringsruimte groeit, die dan in tweeën spitst en in spiralen holle wortels vormt die met vacuüm kleine waterdiertje opzuigt.

Er zijn trouwens ook vleesetende planten die vegetarisch lijken te worden door dieren te lokken om in de vallen te poepen. Roridula en Byblis soorten leven in symbiose met roofwantsen die door de plant gelokte en gevangen insecten eet. De plant krijgt dan via de roofwantsen poep de voedingstoffen.

Roridula en Byblis


En dan nu de bloemetjes en de bijtjes: hoe hebben vleesetende planten seks zonder dat ze per ongeluk hun bestuivers opeten? Wanneer de vallen onder water of de grond zitten is het geen probleem voor bestuivers. De vleeseters met bovengrondse vallen hebben verschillende strategieën. Sarracenia’s bloeien in de lente wanneer de nieuwe vallen nog niet open zijn. Andere soorten hebben heel lange bloemstengels, ver weg van de vallen. De bloemen zijn relatief groot, een goed landingsplatform voor bestuivers. Zonnevaasjes bloeien op lange stelen met witte bloemen, die heel andere insecten lokt dan de groenrode vleeskleurige vallen. Zodra de bloemen bestoven zijn verkleuren ze en gaan ze ook over naar het vleesvangende kleurpallet.

De vleeseters die het goed doen in het Nederlandse klimaat, Sarracenia, Zonnedauw en Vetblad, hebben de zelfde behoeften: zon, nattigheid (moeras, vijverrand) en absoluut geen mest (planten in turf met scherp zand). Mijn voortuin staat vol met Sarracenia’s en ze doen het prima. Om de 5 jaar zijn de planten zo fors dat ze gescheurd kunnen worden. Ze bloeien prachtig en de bloemen blijven het hele jaar staan. Afgezien van de lichte lijkenlucht op warme dagen is het prachtig.


База данных защищена авторским правом ©shkola.of.by 2016
звярнуцца да адміністрацыі

    Галоўная старонка